
Ken jij ze al?
Generieke functies en NEN
Zorgverleners wisselen dagelijks gegevens uit. Een huisarts stuurt een verwijsbrief, een ziekenhuis deelt een ontslagbrief en een thuiszorgorganisatie checkt welke medicatie een cliënt bij ontslag meekreeg. Dat gebeurt vaak via verschillende systemen, en elk systeem werkt op zijn eigen manier. Generieke functies leggen daar een gezamenlijke basis onder: ze zorgen dat gegevens veilig, betrouwbaar en op dezelfde manier van het ene naar het andere systeem gaan.
Wat zijn generieke functies?
Generieke functies zijn landelijke bouwstenen die veilige en betrouwbare gegevensuitwisseling mogelijk maken. Landelijke afspraken, standaarden en voorzieningen dragen deze functies. Daardoor voeren zorgorganisaties en informatiesystemen belangrijke onderdelen van gegevensuitwisseling op dezelfde manier uit.
Bij iedere gegevensuitwisseling komen dezelfde vragen terug:
- Wie is de zorgprofessional die de gegevens wil inzien?
- Mag deze persoon de gegevens bekijken?
- Heeft de inwoner toestemming gegeven om de gegevens te delen?
- Waar staan de gegevens die nodig zijn?
- Hoe komen de gegevens veilig bij de juiste zorgverlener terecht?
Voor elk van deze vragen bestaat een aparte generieke functie. Samen vormen ze de basis voor veilige en betrouwbare gegevensuitwisseling in de zorg.
Een voorbeeld. Een huisarts wil de medicatiegegevens bekijken van een patiënt die net uit het ziekenhuis kwam. Eerst controleert het systeem wie de zorgverlener is. Vervolgens checkt het of deze persoon toegang heeft tot de gegevens en of de gegevens gedeeld mogen worden. Daarna haalt het systeem de gegevens veilig op uit het ziekenhuisinformatiesysteem. Generieke functies laten deze stappen automatisch verlopen, volgens landelijke afspraken.
De zes generieke functies
Generieke functies ondersteunen gegevensuitwisseling op de achtergrond. Zorgprofessionals merken daar meestal weinig van, maar zonder deze functies werkt veilige digitale samenwerking niet. Maar wat zijn nu die generieke functies?
- Identificatie: Vaststellen wie de patiënt, cliënt of zorgverlener is.
- Authenticatie: Controleren of de persoon of het systeem ook daadwerkelijk is wie hij of zij beweert te zijn.
- Autorisatie: Bepalen welke specifieke medische gegevens of systemen een gebruiker mag inzien of bewerken.
- Toestemming: Vastleggen of de patiënt of cliënt akkoord gaat met het delen van zijn of haar gezondheidsgegevens.
- Lokalisatie: Landelijk vindbaar maken waar de gezochte patiënt- en gezondheidsgegevens zich ergens bevinden.
- Adressering: Eenduidig, betrouwbaar en toekomstbestendig gebruiken van de digitale adressen van zorgaanbieders.
Samen zorgen deze functies ervoor dat zorgorganisaties niet voor iedere gegevensuitwisseling opnieuw afspraken maken over toegang, toestemming of het vinden van gegevens. Dat maakt digitale samenwerking eenvoudiger en zorgt voor een uniforme werkwijze in de zorg. In volgende artikelen gaan we hier dieper op in.
Logging: onmisbaar voor verantwoording
Naast de zes generieke functies speelt logging een belangrijke rol. Logging is zelf geen generieke functie, maar wel een onmisbare schakel in veilige gegevensuitwisseling. Het legt vast wie gegevens inzag, deelde of wijzigde en wanneer dat gebeurde.
Logging is een wettelijke verplichting. Zorgorganisaties leggen vast wie toegang had tot medische gegevens en verantwoorden dat achteraf. Daarmee voldoen zij aan wet- en regelgeving. Bij een incident of controle tonen zij aan dat ze zorgvuldig met patiëntgegevens omgingen.
Zo ondersteunt logging de verantwoording van gegevensgebruik. Bij een vermoeden van ongeoorloofde inzage of een beveiligingsincident reconstrueert een logbestand wat er gebeurde. Logging beschermt daarmee zowel de privacy van patiënten en cliënten als de zorgprofessional die volgens de afspraken handelde.
Waarom zijn generieke functies belangrijk?
Zorgprofessionals werken steeds vaker samen over de grenzen van hun eigen organisatie heen. Ze hebben daarbij snel toegang nodig tot actuele en betrouwbare informatie.
Zonder gezamenlijke afspraken werkt iedere organisatie op een eigen manier. Dat maakt gegevensuitwisseling ingewikkeld en vergroot de kans op fouten. Generieke functies zorgen voor een uniforme werkwijze. Daardoor verloopt gegevensuitwisseling veiliger en betrouwbaarder.
Dat levert voordelen op voor zorgorganisaties én inwoners. Zorgprofessionals besteden minder tijd aan het zoeken naar informatie en beschikken sneller over de juiste gegevens. Inwoners ervaren daardoor betere samenwerking tussen hun zorgverleners.
Wat betekent dit voor zorgorganisaties?
Generieke functies zijn een belangrijk onderdeel van de landelijke ontwikkeling naar databeschikbaarheid: het streven dat zorggegevens overal beschikbaar zijn waar een zorgverlener ze nodig heeft. Ze vormen de basis voor het Landelijk Dekkend Netwerk (LDN), het landelijke netwerk waarmee zorgorganisaties in heel Nederland veilig gegevens uitwisselen. Ook ondersteunen ze de uitvoering van wet- en regelgeving, zoals de Wegiz, de wet die zorgorganisaties verplicht om gegevens digitaal uit te wisselen.
Steeds meer landelijke ontwikkelingen en gegevensuitwisselingen gebruiken generieke functies. Daarom krijgen zorgorganisaties hier steeds vaker mee te maken. Voor bestuurders, informatiemanagers, projectleiders en ICT-afdelingen is het belangrijk om deze ontwikkelingen te volgen. Bij de keuze voor nieuwe informatiesystemen en gegevensuitwisselingen loont het te checken of leveranciers aansluiten op de landelijke afspraken rond generieke functies. Zo blijft de organisatie voorbereid op toekomstige ontwikkelingen en sluit zij eenvoudiger aan op landelijke voorzieningen.
De rol van Zorgnetoost
Zorgnetoost volgt de landelijke ontwikkelingen rond generieke functies en vertaalt ze naar de regionale praktijk. We delen kennis, brengen zorgorganisaties met elkaar in contact en ondersteunen samenwerking waar dat nodig is. Zo bereiden we zorgorganisaties voor op nieuwe vormen van digitale samenwerking en bouwen we samen aan een toekomstbestendige informatievoorziening in Twente+.


Verplichting via de Wegiz
De Wegiz (Wet elektronische gegevensuitwisseling in de zorg) geldt sinds 1 juli 2023 en verplicht zorgaanbieders wettelijk om zorggegevens elektronisch uit te wisselen. Dat gebeurt niet in één keer voor alle gegevens: de Meerjarenagenda Wegiz beschrijft welke gegevensuitwisselingen prioriteit hebben, zoals de basisgegevensset zorg, eOverdracht, beeldbeschikbaarheid, medicatie en acute zorg. Om die verplichte uitwisselingen te kunnen doen, zijn generieke functies onmisbaar. Ze zijn dus indirect verplicht: zonder identificatie, authenticatie, autorisatie, toestemming, lokalisatie en adressering kan een zorgorganisatie niet aan de Wegiz-eis voldoen.
Op dit moment is het niet zo dat een wet letterlijk zegt ‘gebruik generieke functies’. Maar zonder ze na te leven, voldoe je in de praktijk niet aan de Wegiz-verplichtingen die al wél gelden.