Invoering OTV uitgesteld

October 8, 2019

Op vier oktober jl. heeft Minister Bruins een brief aan de regering gestuurd waarin hij aangeeft dat de inwerkingtreding van het artikel 15a, lid 2 van de Wabvpz op 1 juli 2020 niet haalbaar is. In de eerste helft van 2020 komt de minister met een voorstel voor de herijking van de invoering van gespecificeerde toestemming.

In de brief beschrijft de minister dat het programma GTS onderzoek heeft gedaan naar een praktische uitwerking van gespecificeerde toestemming. In het eerste scenario werden 160 toestemmingsmogelijkheden beschreven. In het tweede scenario is dit aantal teruggebracht naar 28 toestemmingsmogelijkheden. Door de hoeveelheid aan mogelijkheden worden er door verschillende partijen vraagtekens geplaatst bij de haalbaarheid. De minister schrijft verder dat het Adviescollege toetsing regeldruk (ATR) een oordeel heeft uitgebracht over de werkbaarheid (van de uitwerking van) gespecificeerde toestemming. "De ATR concludeert dat gespecificeerde toestemming niet van een werkbare invulling is te voorzien."

De minister vervolgt: "Het advies van de ATR maar ook onderzoek in opdracht van het Zorginstituut waaruit veel onrust bij zorgaanbieders blijkt over de toestemmingenregistratie noopt tot herijking. Dit leidt ertoe dat de inwerkingtreding van het artikel 15a, lid 2 van de Wabvpz op 1 juli 2020 niet haalbaar is. In de eerste helft van 2020 doe ik uw Kamer een voorstel voor de herijking van de invoering van gespecificeerde toestemming op basis van in deze brief genoemde adviezen. Ik ga tegelijkertijd verder met het zoeken naar een oplossing voor uitwisseling van informatie via een elektronisch uitwisselingssysteem specifiek voor spoedzorg. Hier kom ik aan het eind van dit jaar op terug."

In de brief worden de belangrijkste punten omtrent gespecificeerde toestemming opgesomd:
- Gespecificeerde toestemming geldt nadrukkelijk alleen voor die situaties waarin gegevens beschikbaar worden gesteld voor nog onbekend later gebruik.
- Soms zijn dit situaties die voortkomen uit het zorgproces zelf, denk aan spoedzorg. In dat geval gaat het om het beschikbaar stellen van een set minimale gegevens voorafgaand aan een nog onbekende acute zorgbehoefte.
- Veel vaker zijn dit situaties waarin de zorginfrastructuur werkt met beschikbaarstelling vooraf. Dan is door die infrastructurele keuze gespecificeerde toestemming aan de orde. Terwijl het zorgproces daar helemaal niet om vraagt. In vrijwel alle gevallen gaat het immers om een behandelrelatie waarbinnen gegevens gewoon mogen worden uitgewisseld.

Benieuwd naar de gehele brief? Lees hem hier.

 

Nieuwsbrief

Altijd op de hoogte blijven van het laatste nieuws? Schrijf je dan nu in voor onze nieuwsbrief.