Samenvatting vierde kamerbrief

October 6, 2020

Op 2 oktober jl. stuurde minister Tamara van Ark, de minister voor Medische Zorg en Sport, de vierde brief elektronische gegevensuitwisseling in de zorg naar de Eerste en Tweede Kamer. De brief telt maar liefst 16 kantjes en we kunnen ons voorstellen dat het lezen en doorgronden er van teveel tijd vraagt. Daarom schieten we je te hulp!

We hebben een samenvatting van de brief gemaakt, met waar nodig een toelichting.

1. Elektronische gegevensuitwisseling in de zorg – Wegiz en programma
Naar verwachting wordt begin 2021 het wetsvoorstel elektronische Gegevensuitwisseling (Wegiz) aan de Kamer aangeboden. Het wetsvoorstel legt de basis om bij Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) het elektronisch uitwisselen van specifieke zorggegevens tussen specifieke aanbieders te verplichten. De eerste uitwisseling die bij AMVB verplicht wordt gesteld is volgens de brief digitaal receptenverkeer.
Om te waarborgen dat leveranciers en zorgaanbieders aan de verplichtingen voldoen, wordt voor elke uitwisselingssituatie een NEN-norm opgesteld. Informatietechnologieproducten of –diensten worden van tevoren getoetst om te bekijken of ze aan de norm voldoen.

Toelichting digitaal receptenverkeer: Onder digitaal receptenverkeer wordt verstaan het verkeer van voorschrijver naar verstrekker. In Twente is dit al gerealiseerd. Huisartsen sturen digitale recepten naar de openbare apothekers en met het Convenant Vooraankondiging is ook het receptenverkeer van ziekenhuis naar apothekers geregeld. Mogelijk moet een en ander op basis van kwaliteitsstandaard ‘Overdracht van medicatiegegevens in de keten’ die dit jaar is vastgesteld nog aangepast worden.  
Toelichting verplichte uitwisselingssituaties: Op basis van drie criteria (de toegevoegde waarde voor de zorg, de realiseerbaarheid en het draagvlak) zijn in 2019 dertien zorgprocessen aangewezen die als eerste in aanmerking komen voor verplichting bij AMvB. De volgorde van invoering wordt bepaald in samenspraak met het zorgveld (lees Informatieberaad) en op basis van twee nog te ontwikkelen instrumenten: een Maatschappelijke Kosten en Baten Analyse (MKBA) en een volwassenheidsscan (VHS). Doorlooptijd per uitwisseling wordt geschat op 1 tot 3 jaar. Uitwisselingen kunnen parallel ingevoerd worden.

2. Beschikbare gegevens bij spoed en de corona opt-in
Tijdens de corona crisis is duidelijk geworden dat bij spoedgevallen niet altijd de benodigde informatie beschikbaar is bij de huisartsenpost, ambulancedienst en spoedeisende hulp. Dat heeft twee redenen: de informatie kan nog niet uitgewisseld worden omdat niet alle zorgaanbieders op het LSP zijn aangesloten of de professionele samenvatting is niet voor alle zorgaanbieders beschikbaar. En daarnaast is de informatie alleen beschikbaar als de patiënt daarvoor uitdrukkelijk toestemming heeft gegeven. Het gaat in eerste instantie om de professionele samenvatting van de huisarts die via het LSP beschikbaar is als de huisarts op het LSP is aangesloten
Om toch de gewenste informatie in te kunnen zien is de zogenaamde corona opt-in ingevoerd. Dit is een tijdelijke maatregel waarmee de belangrijkste huisartsgegevens van mensen die nog geen toestemming of bezwaar hebben vastgelegd,  beschikbaar te maken op de huisartsenpost en de spoedeisende hulp (SEH). De minister werkt aan een Algemene Maatregel van Bestuur die in het eerste kwartaal van 2021 in werking moet treden.

Toelichting corona  opt-in: Omdat we in Twente al jaren actief zijn in het verkrijgen van patiënttoestemmingen (opt-ins) had in april 2020 al ruim 77 % van de patiënten toestemming gegeven voor het beschikbaar stellen van de professionele samenvatting op de huisartsenpost. Landelijk was dat in april 42 %.
Omdat Twentse huisartsen de toestemming altijd breed gevraagd hebben en niet alleen voor beschikbaarstelling op de huisartsenpost, kon de informatie ook met andere zorgaanbieders gedeeld worden.

Daarnaast participeren we al in een pilot om informatie ook beschikbaar te stellen aan de ambulancedienst.

3. Herijking Gespecificeerde toestemming (GTS)
Als er sprake is van een behandelrelatie op het moment dat gegevens beschikbaar komen, biedt de Wet op de geneeskundige behandelovereenkomst (Wgbo) voldoende ruimte om te voldoen aan de eisen van de Wet aanvullende bepalingen verwerking persoonsgegevens in de zorg (Wabvpz). Anders wordt dit als er sprake is van ongericht, onbekend later gebruik.
Het doel van gespecificeerde toestemming is maximale zeggenschap te geven aan burgers over wie welke gegevens wanneer kan inzien in het kader van zorg en behandeling. Die zeggenschap werkt alleen als de wijze van toestemmingsverlening duidelijk, gebruiksvriendelijk en hanteerbaar kan worden uitgevoerd. Gespecificeerde toestemming, zoals in het programma GTS uitgewerkt, voldoet niet aan deze eisen en zal daarom niet ingevoerd worden. Voorlopig kan een burger alleen kiezen voor wel of geen toestemming.
De minister wil nu met het veld gaan kijken of alle uitwisselingsituaties anders dan ongericht via een elektronisch uitwisselingssysteem kunnen verlopen en zij wil onderzoeken of gegevens uit een vorige behandelrelatie eenvoudiger beschikbaar te krijgen zijn. Om invulling te geven aan het recht van patiënten om te weten wie bepaalde informatie heeft ingezien en op welk moment is per 1 juli 2020 de plicht van de zorgaanbieders om deze gegevens te loggen wettelijk geregeld.

Toelichting: Het gaat hier om het verschil tussen push- en pull verkeer. Bij push-verkeer wordt informatie beschikbaar gesteld door een zorgaanbieder aan een zorgaanbieder waarmee de patiënt een behandelrelatie heeft of aangaat. Dit is bijvoorbeeld het geval bij een verwijzing.
Bij pull-verkeer stelt een zorgaanbieder informatie beschikbaar, terwijl hij/zij nog niet weet of en door wie deze informatie opgehaald of ingezien wordt. Dit is bijvoorbeeld het geval bij een XDS-netwerk of bij het LSP. Alleen voor deze laatste situatie waarbij niet duidelijk is door wie deze informatie opgehaald of ingezien wordt, is uitdrukkelijk toestemming van de patiënt nodig. In het eerste geval wordt deze toestemming verondersteld.
Hoe uitwisselingsituaties anders dan ongericht via een elektronisch uitwisselingssysteem kunnen verlopen, is ons (ZorgNetOost) niet duidelijk, wel kunnen we ons voorstellen dat het technisch mogelijk wordt om een behandelrelatie vast te stellen en daarmee het recht op inzage in gegevens.
Voor ons eigen XDS-netwerk geldt dat alleen informatie beschikbaar is als de patiënt daar toestemming voor heeft gegeven. Dat is een ongespecificeerd ‘ja’, maar omdat patiënten geïnformeerd worden welke informatie dan voor wie beschikbaar is, voldoen we aan de huidige wetgeving.
Ook wordt bijgehouden wie wanneer welke informatie heeft ingezien en is met de aangesloten organisaties een logging-procedure afgesproken.
Opvallend is dat de minister in haar brief niet spreekt over MITZ als generieke toestemmings-voorziening. MITZ wordt verderop in de brief alleen genoemd als dienst verbonden aan het LSP.

4. Medicatieoverdracht
Naast een verdere digitalisering van het receptenverkeer kan een grootschalige reductie van het aantal medicatiefouten en -slachtoffers met name gerealiseerd worden door het beschikbaar hebben van een kloppend, actueel medicatieoverzicht. Een dergelijk actueel medicatieoverzicht - inclusief laboratoriumuitslagen en informatie over intoleranties, contra-indicaties en allergieën - geeft belangrijke informatie aan zorgverleners voor het geven van de juiste medicatie en daarmee de juiste zorg.
De eerder genoemde kwaliteitsstandaard ‘Overdracht van medicatiegegevens in de keten’ bevat ook een master implementatieplan geaccordeerd door de bestuurders van de 24 koepels in het zorgveld. Alle partijen in het zorgveld willen nu starten met de implementatie van de herziene richtlijn Medicatieoverdracht om te komen tot een verbetering van de medicatieveiligheid. Bovenstaand actueel medicatieoverzicht is onderdeel van deze herziene Richtlijn Medicatieoverdracht.

Toelichting: Nictiz is in 2020 het Programma Medicatieoverdracht gestart. De implementatie is complex omdat veel verschillende disciplines en soorten zorgorganisaties een rol spelen. Door het maken van afspraken en het aanpassen van procedures maken alle betrokkenen ketensamenwerking mogelijk. Nictiz ziet hier nadrukkelijk een rol voor de RSO’s weg gelegd. Samen met Nictiz is daarom in RSO Nederland verband een implementatieplan opgesteld dat naar verwachting in november aan VWS wordt aangeboden ter verkrijging van de noodzakelijke financiering.


5. Informatiebeveiliging
Gedurende de coronacrisis is er een tijdelijk wijziging van de Wet beveiliging netwerk- en informatiesystemen (Wbni) tot stand gekomen om de digitale weerbaarheid te vergroten van bij de COVID-19-bestrijding betrokken organisaties. Met deze wetswijziging kunnen deze organisaties informatie, advies en bijstand van het Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC) krijgen. De Tweede  Kamer heeft deze wet op 7 juli 2020 besproken en aangenomen.
Een mogelijkheid om het NCSC eerder zicht te geven op kwetsbaarheden in de zorg, is door deze sector vitaal te verklaren. Echter, dit kan ook leiden tot hoge administratieve lasten voor de zorgorganisaties. Begin 2021 rapporteert de minister in de Kamer over de voor- en nadelen van het vitaal verklaren van de sector.
Door de versterking van Z-CERT, het expertisecentrum op het gebied van cybersecurity in de zorg wordt de digitale weerbaarheid van de zorg al versterkt. Bij Z-CERT zijn alle leden van de NVZ zoals ziekenhuizen, revalidatiecentra en diagnostische centra aangesloten. Begin 2021 komen daar de GGZ-instellingen bij. De minister wil andere zorgaanbieders niet verplichten om aan te sluiten bij Z-CERT. Wel is onderzocht waar de grootste kwetsbaarheden liggen. De eerste bevindingen wijzen erop dat de jeugdzorg (met name de gecertificeerde instellingen), de huisartsenzorg en de GGD-en prioriteit moeten krijgen bij aansluiten bij Z-CERT.


6. Zorgverlener identificatie
Op dit moment worden UZI-passen gebruikt voor identificeren, authentiseren en autoriseren van zorgverleners ten behoeve van voor het uitwisselen van medische gegevens. De techniek achter de huidige UZI-middelen raakt verouderd en is niet toekomstbestendig. Daarom is deze zomer gestart met het project ‘toekomstbestendig maken UZI’. Doel van dit project is om – in samenspraak met het zorgveld – te komen tot digitale identificatiemiddelen voor algemeen gebruik in het zorgveld. Dit moet de uitgifte van de huidige UZI-middelen op termijn vervangen. Het streven is om in de eerste helft van 2021 een eerste concept te presenteren van de oplossingsrichting en de Kamer te informeren over verdere ontwikkelingen.


7. Kwaliteitsregistraties
VWS werkt aan verschillende trajecten om gegevensuitwisseling ten behoeve van kwaliteitsregistraties van een wettelijke basis te voorzien. Voor twee registraties ligt een wetsvoorstel in de Kamer. Dit betreft LADIS (Landelijk Alcohol en Drugs Informatie Systeem) en LTR (Landelijke TraumaRegistratie).
Daarnaast wordt gewerkt aan een wetsvoorstel om de benodigde rechtsgrondslagen te creëren voor de verwerking van gepseudonimiseerde persoonsgegevens door kwaliteitsregistraties in de medisch specialistische zorg. Naar verwachting zal ik voor dit wetsvoorstel dit jaar de internet consultatie starten. Tenslotte bereidt  VWS het maken van wettelijke verwerkingsgrondslagen voor kwaliteitsregistraties binnen de GGZ voor.

Contact
Heb je vragen over deze samenvatting of barst je nu van de goede ideeën? Neem dan contact met ons op via communicatie@zorgnetoost.nl.
 

Wil je de samenvatting nog eens nalezen of delen met iemand? Download hier de samenvatting.

Benieuwd naar de hele brief van de minister? Lees hier de hele brief:

 

Foto: Arenda Oomen Fotografie

Nieuwsbrief

Altijd op de hoogte blijven van het laatste nieuws? Schrijf je dan nu in voor onze nieuwsbrief.